Drie interventielagen

Om een veranderaar te helpen tot een succesvolle verandering te komen, kijk ik met hem of haar naar de drie interventielagen van verandering.

  1. De meer bekende bovenstroom
  2. De vaak ongrijpbare onderstroom
  3. De veranderaar zelf en de onbewuste impact die de veranderaar heeft op de verandering

1. De meer bekende bovenstroom

Hiervan hebben de meeste veranderaars inmiddels wel aardig verstand: Via welke stappen of strategie zorg je dat de organisatie of het team gaat veranderen. En dan nog is het soms lastig om je interventies zo te kiezen dat ze er voor zorgen dat de mensen zin krijgen om bij te dragen aan de volgende stap in het proces. Maar al te vaak loopt de energie uit een verandering weg in saaie bijeenkomsten en actielijstjes. Dat dat anders kan, weten inmiddels vele opdrachtgevers van me.

Klik hier als je wilt weten hoe ik je kan helpen met veranderinterventies die het veranderen lichter maken

2. De vaak ongrijpbare onderstroom

ijsberg onderstroom

Stel je voor dat je organisatie een ijsberg is die in de ijszee drijft. En dat je als leiding vindt dat de organisatie naar een andere plek in de ijszee moet omdat daar bijvoorbeeld meer vis is. Je tuigt een veranderproces op, dat je kunt symboliseren als een sleepbootje dat je vasthaakt aan de ijsberg om de ijsberg van de huidige plek naar de nieuwe plek te brengen. Meestal probeer je als leiding een koers uit te zetten die de korte weg is van A naar B, de bovenstroom.

Maar in de ijszee zijn ook allerlei stromingen gaande. Die aan de 90% van de ijsberg onder water trekken. Die stromingen zie je niet, maar je voelt het effect ervan op je sleepbootje heel goed. En je moet dan wel een heel krachtig sleepbootje hebben wil je de ijsberg recht van A naar B krijgen. Wat het veranderproces makkelijker maakt is als je meer inzicht hebt in de stromingen van die ijszee en dit gebruikt in je veranderproces.

In de onderstroom vind je de dynamiek van de organisatie, de cultuur, de emoties van de mensen en de (onbewuste) gedragspatronen. Dit is de meer ongrijpbare en onbewuste kant van organisatie. Maar er zijn enkele manieren om hier meer inzicht in te krijgen, om de onderstroom zichtbaar te maken, waardoor je de logica gaat ontdekken van de onderstroom. Om er vervolgens meer invloed op uit te oefenen. Dan kan je zorgen dat de onderstroom mee gaat stromen of dat je je veranderproces zo inricht dat je gebruik kunt maken van die onderstroom. Eén van de manieren die ik veel gebruik om meer inzicht te krijgen in de onderstroom zijn de oerwetten van het systeem. En een methode om de onderstroom zichtbaar te maken aan de hand van die wetmatigheden, zijn organisatieopstellingen. Op de nieuwspagina staat hierover een leuk filmpje om het meer visueel te maken.

Klik hier als je wilt weten hoe ik je kan helpen meer grip op de onderstroom te krijgen, waardoor het veranderen lichter wordt.

3. De veranderaar zelf

De veranderaar heeft zelf een niet te onderschatten impact op de verandering door hoe hij of zijzelf in de verandering zit en voorgaat in het proces van verandering. De veranderaar kan hiermee de verandering (vaak onbewust) stimuleren of frustreren. Bekende valkuilen zijn:

  • zelf hard gaan werken, waardoor de rest achterover kan leunen;
  • zelf het oude gedrag laten zien waar je juist door de verandering vanaf wilt;
  • je aandacht te veel richten op het meekrijgen van iedereen en daarmee vaak op degenen met de meeste weerstand. Waardoor het verandertempo vertraagt en de mensen die zin hebben in de verandering gefrustreerd raken.

Bij de veranderaar zitten bij deze en andere valkuilen over het algemeen belemmerende overtuigingen die onbewust het gedrag sturen. Door je hier bewust van te worden en ze soms zelfs op te ruimen, zorg je dat je als veranderaar beter het veranderproces kunt stimuleren. En dat het leiden van het veranderproces er daarmee voor jezelf lichter op wordt.

Klik hier als je wilt weten hoe ik je kan helpen met deze drie interventielagen door met je te sparren over veranderen.

De drie lagen beïnvloeden elkaar

Vanzelfsprekend beïnvloeden deze drie interventielagen elkaar. Het is een hele kunst om te ontrafelen op welke laag je je interventie in moet zetten om de meeste impact te hebben. Hersenkrakende puzzels. Maar als je de punten te pakken hebt waar ‘m de kneep zit, kun je tot doorbraken komen. En het veranderen wordt lichter.

Klik hier als je wilt weten hoe ik je kan helpen ontrafelen waar ‘m de kneep zit.

Een gesprekje over veranderen is zó geregeld:

Vul onderstaande gegevens in: